Het zomerproject "De ongehoorde toekomst" startte op 24 juni 2025 in de leegstaande lokalen van het oude woonzorgcentrum. Dit was het laatste evenement dat in het gebouw doorging want vanaf begin augustus 2025 staat de sloop op de planning om plaats te maken voor 80 parkeerplaatsen en tuin. Ook dit is de toekomst, we laten het oude los voor een nieuw begin in een nieuw gebouw.

Het project “De ongehoorde toekomst” was het resultaat van een intense samenwerking gedurende 6  weken tussen de vzw Demiclowns en het woonzorgcentrum. Het begin van onze samenwerking dateert reeds van 2016 met een maandelijks bezoek van de Demiclowns aan afdeling Polderland, een beschermde afdeling voor bewoners met een dementiediagnose of een andere vorm van psychisch dysfunctioneren. 

Toen Lara Debeuf, de "founding mother" van de vzw Demiclowns, enkele maanden geleden met het conceptidee van het project afkwam, moesten wij er niet lang over nadenken: doen we mee of doen we niet mee? Het was eigenlijk geen rationele beslissing maar een buik-gevoel-beslissing. Deze kans moesten we met beide handen grijpen, ondanks de superkorte voorbereidingstijd, ondanks het gegeven dat dit project zich zou ontplooien in volle vakantieperiode van de medewerkers en helemaal ondanks het feit dat we midden in het grootste manoeuvre uit de geschiedenis van het woonzorgcentrum beland waren, met name de verhuis naar een gloednieuw gebouw. 

Maar het centrale thema van het project  “De ongehoorde toekomst: ouderen als visionairs” met slogans als “Nooit te oud voor revolutie” “Ouderen als toekomstmakers” “Oud en onverantwoordelijk” “ Weg met de dagindeling” prikkelden onmiddellijk onze interesse en onze goesting en we sprongen enthousiast mee op de kar. Het project richtte zich bovendien tot alle bewoners, niet alleen tot mensen met een dementiediagnose.

We namen deze sprong vanuit een groot vertrouwen in de kennis, kunde en de aanpak van de medewerkers van de Demiclowns. 

Zes weken lang namen bewoners van het woonzorgcentrum, bezoekers van het dagverzorgingscentrum, residenten van de assistentiewoningen, medewerkers, familieleden en mantelzorgers, vrijwilligers en buurtbewoners deel aan het project dat eindigde met een opendeurweekend op 2 en 3 augustus. 

De voormalige afdeling Houtland in het oude gebouw werd omgetoverd tot een tijdelijke vrijplaats voor verbeelding, ontmoeting en protest en werkten we samen met bewoners – met én zonder dementie – aan een artistiek-sociaal traject waarin hun stem centraal stond:

  • Wat zijn hun dromen?
  • Waar willen zij zich tegen verzetten?
  • Hoe willen zij dat we met hen omgaan?

Het resultaat? Een beklijvende tentoonstelling, audiowerk, beeldmateriaal en het begin van een manifest – woorden, beelden en visies van ouderen zelf. Een spiegel én een kompas voor de toekomst.

Professor  dr. Ruud Hendriks (Universiteit Maastricht) volgde het project mee en werkt momenteel aan een reflectie op de maatschappelijke betekenis van dit project. Hij zal zijn inzichten in een paper delen over ouderen als visionairs in een zorgsysteem dat toe is aan vernieuwing.

Wat werd gerealiseerd tijdens het zomerproject?
✔️ Diverse neergeschreven verhalen en protestkunst.
✔️ Exposities in de oude kamers van het WZC.
✔️ Creaties van bewoners met en zonder dementie.
✔️ Beelden en stemmen uit het project. 
✔️ De mogelijkheid om nog één keer de rijke geschiedenis het gebouw op te snuiven. 

Enkele ervaringen en reflecties uit het project:


Zo was ik ervan getuige dat bewoner Bernice tijdens een sessie zeer onrustig en angstig aanwezig was.  Ze was er samen met haar dochter. Ze wou eigenlijk snel weer weg, begreep niet wat ze daar kwam doen. De dochter verklaarde geëmotioneerd: “Ze heeft een slechte dag, het gaat niet lukken”. Echter, afgeleid door een toiletbezoek, sloot ze weer aan bij de sessie en toen ze een geïmproviseerde micro voor haar neus kreeg en gevraagd werd om een geluid te maken, begon ze spontaan een liedje te zingen en ze bleef maar zingen en zingen, tot plezier van iedereen aanwezig. Toen er in een van liedjes een pikant zinnetje voorkwam, stopte ze even met zingen om haar verlegenheid erover uit te spreken maar om dan toch uit volle borst verder te zingen. De angst en onrust die uit haar dementieproces voorkomt, was op dat moment  even ver weg. De dochter sprak met vochtige ogen: “Dit is nu mijn moeder”.

Zo was bewoner Josiane observerend aanwezig tijdens de sessie met een synthesizer. Ze kon dat niet, spelen op zo’n ding, verklaarde ze. Haar aandacht ging meer uit naar de mannen in de groep meer bepaald naar Roland en naar mezelf. Ze keurde out of the blue ons beiden als “schone venten” maar haar voorkeur ging uit naar mij, als ze zou moeten kiezen, zei ze. Enigszins van mijnen à propos door haar ontremde uitspraak, vervolgde ze verder haar verhaal. Dat ze 2 echtgenoten had moeten afgeven en op 38-jarige leeftijd al voor de tweede maal weduwe was geworden. Enkele dagen later had ik een gesprek met haar kleinzoon die me vertelde dat ze na het overlijden van haar tweede man altijd alleen was gebleven uit schrik van dit een derde keer te moeten meemaken. Toen ze de week nadien, tijdens een bezoek van de groepsdirecteur van de onze VZW Zorg-Saam aan haar afdeling, hem aansprak als “dat is nu ne keer nen schonen vent” zag ik niet meer de Josiane met de verbale ontremming maar de vrouw die het gezelschap van een mogelijke nieuwe levenspartner heeft opgeofferd om de pijn van een nieuw verlies te vermijden. Mijn kijk op de persoon van Josiane is daardoor helemaal veranderd. Bovendien vind ik nu ook dat ze een goede smaak in mannen heeft…

Zo bleek deelnemer Robert in al zijn verwarring te beschikken over een uitermate goed ontwikkelde vangreflex tijdens een balspel tussen de deelnemers, waar ik er een van was. Hij sprak constant volle zinnen wartaal waar wij niets van begrepen maar door het gooien met de bal naar elkaar, kwam zijn focus te liggen op de persoon die de bal naar hem zou gooien. Concentratie op de bal en het contact met de tegenspeler maakten de wartaal bijkomstig en niet meer relevant. Ook bij mezelf maakte dit simpele balspel iets los: ik zag Robert op een andere manier want tijdens het spelen maakte hij ook oogcontact met mij toen hij de bal naar me teruggooide. Ik zag hem vanuit een capaciteit en op dat moment niet meer vanuit zijn tekort of verlies. 

Zo was ik er van getuige dat Helena, vanuit haar rolstoel en met een halfzijdige verlamming tijdens het deelnemen aan de sessies, delen van haar levensverhaal begon te vertellen. Over haar leven en ervaringen in Afrika, ze leerde ons Afrikaanse woorden en uitdrukkingen en we luisterden geboeid naar dit verhaal wat nog zo goed in haar geheugen zat. Zo werd Helena voor mij meer dan de rolstoelbewoner met een halfzijdige verlamming en geheugenstoornissen maar ook een avontuurlijke vrouw met een leven op een ander continent.

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

linkedin