Door een actualisering van de Wet op de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen (WUG) kunnen nu ook muziektherapeuten, animators en medewerkers interieurzorg “activiteiten van het dagelijks leven”, ook wel afgekort tot ADL, in het woonzorgcentrum opnemen. Hoe gaat de zorgsector met die verandering aan de slag? Zorgwijzer vraagt het aan Ilde Bevernaege (manager wonen en zorg) en Karen Cattrysse (stafmedewerker wonen en zorg). Beiden werken ze voor Zorg-Saam ZKJ, een vzw met 14 woonzorgcentra.
Hoe hebben jullie binnen Zorg-Saam ZKJ de aanpassing van de WUG aangepakt?
Ilde Bevernaege: “In onze organisatie hebben we een vooropgestelde strategie waarbinnen we jaarlijks verbeterinitatieven formuleren. Die zijn gelinkt aan tendensen, nieuwe wetgeving… Specifiek voor het domein ‘wonen en zorg’ zullen we ons in 2025 onder andere focussen op de wetgeving over de gezondheidszorgberoepen. De WUG is echter zo omvangrijk dat we in eerste instantie zullen inzoomen op het koninklijk besluit Activiteiten Dagelijks Leven (ADL) voor (niet-)gezondheidszorgbeoefenaars. We zijn ervan overtuigd dat die wetswijziging een meerwaarde biedt voor onze hele organisatie, in al onze 14 woonzorgcentra.
We hebben een werkgroep opgericht om het veranderingstraject uit te tekenen. Daarin staat een positieve cultuuromslag en het creëren van een grote gedragenheid centraal. Daarom zetelen verschillende directeurs wonen en zorg in de werkgroep, samen met twee algemeen directeurs. Daarnaast vragen we ad-hoc ook input van personen die vanuit hun expertise een waardevolle inbreng kunnen hebben. En dan denk ik in eerste instantie aan de juridisch adviseur. Dankzij haar weten we meteen of we de wetgeving juist interpreteren.”
Waar zit de grootste opportuniteit voor jullie nu de activiteiten dagelijks leven niet meer louter door gezondheidszorgbeoefenaars uitgevoerd moeten worden?
Bevernaege: “In het wetgevend kader zit elk zorgprofiel heel sterk in een hokje. De wet schrijft voor wat een verpleegkundige, zorgkundige, ergotherapeut… mag doen. Vandaag worden alle zorgvoorzieningen geconfronteerd met personeelsschaarste en een steeds kleinere instroom van verpleegkundigen en zorgkundigen. Op termijn botst je zorgmodel dan onvermijdelijk met de realiteit. De aanpassing van de WUG biedt de opportuniteit dat onze zorgprofielen het werk meer kunnen verdelen over een grotere pool van mensen. Een voorbeeld: bewoners wassen mocht vroeger enkel maar gedaan worden door een beperkt aantal zorgberoepen. Doordat (niet-)gezondheidszorgbeoefenaars de activiteiten dagelijks leven nu ook mogen uitvoeren, kunnen we de piekmomenten – die er onherroepelijk zijn – wat doen dalen. Samen met de werkgroep willen we een kader scheppen waarin dit veilig, met de nodige kennis en vaardigheid, kan gebeuren. Veiligheid blijft onze hoogste prioriteit.”
Karen Cattrysse: “De wetgeving spreekt van acht activiteiten dagelijks leven, maar wij focussen momenteel op drie ervan. In nauw overleg met de werkgroep besluiten we om dit jaar in te zetten op 1) hygiëne bij personen met beperkte ADL-dysfunctie; 2) helpen bij vocht- en voedseltoediening langs orale weg bij personen zonder slikstoornissen en 3) medicatie toedienen. We denken dat we door het breder toegankelijk maken van deze drie handelingen de workload in de zorg het meest naar beneden kunnen halen.”
Ilde Bevernaege: “De arbeidsmarktschaarste en de vernieuwde WUG brengen ons ertoe om onze zorgorganisatie te herzien met focus op taakdifferentiatie en verlichting van de werkdruk.”
Bevernaege: “Dat klopt, al was er binnen onze werkgroep rond het toedienen van medicatie door niet-gezondheidszorgbeoefenaars toch grote voorzichtigheid. Medicatie verdient namelijk de grootst mogelijke aandacht. Vanuit onze woonzorgcentra kwam echter de expliciete vraag om bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars die mogelijkheid te geven. In ons uitgewerkt plan bepalen we voor elk van de drie handelingen wie die taak mag opnemen. Het is niet omdat iedereen kan helpen bij ADL dat wijzelf niet selectief mogen zijn in wie welke taken opneemt.”
Cattrysse: “We zijn gaan kijken welke medewerkers in onze woonzorgcentra naast de gezondheidszorgbeoefenaars in direct zorgcontact staan. Dan hebben we het over logistiek assistenten in de zorg, medewerkers interieurzorg, pastors, animators… Vervolgens hebben we per handeling een analyse gemaakt: wie kunnen we betrekken? We zijn tot de conclusie gekomen dat voedsel en vocht toedienen bij mensen zonder slikproblemen voortaan ook kan gebeuren door onze kinesisten, ergotherapeuten, orthopedagogen, logopedisten, diëtisten, logistiek assistenten in de zorg, medewerkers interieurzorg, pastors, animators, muziektherapeuten, psychologisch consulenten, sociaal assistenten en bewegingstherapeuten. Voor het toedienen van medicatie is die lijst een pak korter: daar krijgen orthopedagogen, ergotherapeuten, kinesisten en logopedisten een bijkomend mandaat. Hygiënische zorg kan worden opgenomen door de kinesist, de ergotherapeut, de orthopedagoog en de logistiek assistent in de zorg. Op termijn zullen we met de werkgroep verder onderzoeken of een uitbreiding van de handelingen en/of de doelgroep mogelijk is.”
Bevernaege: “Een extra vereiste om te helpen bij ADL is dat je bij een Zorg-Saam ZKJ-voorziening moet werken in contractueel dienstverband. Dit om te garanderen dat de betrokken medewerker, na het doorlopen van een opleiding georganiseerd door Zorg-Saam ZKJ, over de nodige vaardigheid en kennis beschikt om de zorgtaak correct uit te voeren. Een kinesist die op interimbasis werkt bijvoorbeeld, kan deze activiteiten dus niet uitvoeren. We gaan dit beleid wel voortdurend evalueren en indien nodig bijsturen.”
Jullie hebben een volledig stappenplan uitgewerkt. Hoe ziet dat eruit?
Bevernaege: “Het is voor ons heel belangrijk dat medewerkers die de handelingen zullen uitvoeren op een positieve manier worden gestimuleerd. We gaan voor een cultuuromslag, waarbij we medewerkers goed opleiden vooraleer we ze laten helpen. We gaven het startschot op 29 april tijdens een centraal infomoment. Het directieteam van elk wzc was hierop aanwezig. In de loop van de maand mei organiseerde elk wzc een lokaal infomoment, elke medewerker kreeg ook een brief met extra informatie. Nog voor de zomer informeerden we de verschillende doelgroepen afzonderlijk op een interactieve manier zodat iedereen klaar is voor de start van de opleidingen in september. Alle betrokken medewerkers moeten de opleiding volgen, maar het staat iedereen vrij om uiteindelijk al dan niet de zorgtaak op te nemen.
Het materiaal (e-learnings, cursus en filmpjes) dat tijdens de opleiding aan bod komt, is ontwikkeld door de werkgroep. Er werd bij de opmaak rekening gehouden met duurzaamheid: het materiaal kan dus hergebruikt worden. De opleidingsmomenten vinden bewust fysiek plaats om interactie te bevorderen zodat iedereen eventuele vragen en opmerkingen kan capteren. Aan het einde van het opleidingstraject bouwen we ‘checks’ en een stage in zodat kan getoetst worden of de kennis effectief verworven is.”
Karen Cattrysse: “We denken dat we door het breder toegankelijk maken van deze drie handelingen de workload in de zorg het meest naar beneden kunnen halen.”
Jullie zitten midden in de implementatie van het stappenplan. Welke geluiden vangen jullie op?
Bevernaege: “De gefaseerde aanpak wordt gewaardeerd, net als het gegeven dat zorgtaken die zich momenteel in een ‘grijze zone’ bevinden, gedetecteerd worden en geënt worden op de regelgeving. De kerntaken blijven behouden, maar we kunnen de krachten bundelen op piekmomenten en bij onvoorziene omstandigheden. Zo ontstaat er een spontane dynamiek waarbij we extra handen kunnen inzetten en de werkdruk over meer medewerkers wordt verspreid. Daarnaast is het van belang om als lerende organisatie het traject regelmatig te evalueren en indien nodig bij te sturen.
Wat zijn jullie tips voor zorgvoorzieningen die ook een beleid rond ADL-activiteiten willen uitwerken?
Bevernaege: “Het beleid rond ADL voor (niet-)gezondheidszorgbeoefenaars moet gekaderd worden binnen de visie en de strategie van de organisatie. De arbeidsmarktschaarste en de vernieuwde WUG brengen ons ertoe om onze zorgorganisatie te herzien met focus op taakdifferentiatie en verlichting van de werkdruk. We doen dat met de kwaliteit van wonen, zorg en leven van onze bewoners voor ogen. Verder raden we af om te veel tegelijkertijd te proberen: start klein en gefaseerd. Communicatie én draagvlak, van directie tot werkvloer, zijn essentieel, net als een goede juridische onderbouwing. Opleiding is van groot belang, maar de opgedane kennis toetsen is dat minstens evenzeer. Tot slot: evalueer tussentijds en durf bij te sturen."
TEKST: JENS DE WULF - BEELD: TINI CLEEMPUT