Niet alleen handen aan het bed vinden is een probleem in de zorg. Ook de bakstenen zijn dat. ‘De huidige infrastructuur op niveau houden lukt al niet, en dan moet de vergrijzingspiek nog komen.’
Toen de vzw Zorg-Saam ZKJ, een groep met 15 woonzorgcentra, in 2005 een nieuwe site had gebouwd, rekende het voor die infrastructuur 4 euro per dag door aan de bewoners. In 2021 was dat opgelopen tot 7,50 euro. Maar voor de projecten die vandaag opgestart zijn, gaat het richting 30 euro, zegt algemeen groepsdirecteur Berten Van Kerkhove. In de plannen voor 2030 wordt gerekend op zo'n 40 euro. Per dag, per bewoner.
Het illustreert hoe de problemen van de zorg zich niet beperken tot het vinden van personeel, maar zich ook uitstrekken tot de bakstenen. Tot op zekere hoogte was dat voorspelbaar. In 2016 financierde de Vlaamse regering nog een groot deel van de bouwkosten van nieuwe rusthuizen. In 2017 startte een nieuw systeem. Sindsdien betaalt de overheid de zorg en de collectieve delen van de infrastructuur en draaien de bewoners op voor hun eigen wooninfrastructuur.
Een combinatie van exploderende bouwkosten, opflakkerende rente, stijgende kosten van technieken en een strengere bouwregulering hebben het prijskaartje omhoog gejaagd. Tegelijk doet de Vlaamse overheid almaar minder, omdat ze haar subsidies veel trager laat stijgen dan de toename van de bouwkosten (zie grafiek). Een woonzorgcentrum kon in 2016 een nieuwbouw nog voor 60 procent laten financieren door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) van de Vlaamse overheid. Dat aandeel is vandaag geslonken tot 20 procent, volgens Margot Cloet van de koepel Zorgnet-Icuro.
Het gevolg is dat het investeringsritme is beginnen te slabakken. Dat blijkt uit de ouderdomsindicator, die de oorspronkelijke waarde van de infrastructuur afzet tegen de actuele waarde, waarin de veroudering via afschrijvingen tot uiting komt. Een score van 100 procent betekent dat iets nagelnieuw is, een score van 0 procent dat het tot op de draad versleten is.
In 2019 was de rusthuisinfrastructuur in Vlaanderen nog voor 61 procent ‘nieuw’ (zie grafiek). In 2023 was dat gezakt tot 57 procent. De data suggereren volgens Zorgnet-Icuro dat de investeringen in de helft van de vzw’s zijn stilgevallen.
Naar dagprijzen van 100 euro
Hoe zit dat bij Zorg-Saam, dat vooral in Oost-Vlaanderen actief is? ‘Het lopende bouwprogramma bedraagt 235 miljoen euro en voorlopig krijgen we het nog rond’, zegt Van Kerkhove. ‘Met onze 15 woonzorgcentra hebben we schaalgrootte en zijn we financieel gezond. We hebben 90 miljoen euro eigen vermogen op een balanstotaal van 223 miljoen euro. Die eigen middelen, opgebouwde reserves en cashflow wenden we aan in onze nieuwbouwprojecten. Maar niet iedereen in de sector bevindt zich in die situatie. Ik ken collega’s die hun bouwprojecten hebben gestaakt. De rentabiliteit van de sector staat sowieso onder druk door hoge loonkosten en personeelsschaarste.’
Als zorggroep hebben we het altijd belangrijk gevonden om iedereen te bereiken met een betaalbare dagprijs. Dat komt nu in het gedrang - Berten Van Kerkhove, algemeen groepsdirecteur Zorg-Saam ZKJ
Ondertussen drijven de bouwkosten wel de dagprijs op die de rusthuisbewoners moeten betalen. Voor een kamer in een woonzorgcentrum gebouwd in 2020 rekende Zorg-Saam 60 euro per dag aan. In recente afgewerkte nieuwbouwprojecten is dat al rond de 85 euro. ‘En in de langetermijnplanning evolueren we naar prijzen van 95 tot meer dan 100 euro per dag’, zegt Van Kerkhove. ‘Als zorggroep hebben we het altijd belangrijk gevonden om iedereen te bereiken met een betaalbare dagprijs. Dat komt nu in het gedrang.’
Volgens de laatste dagprijsmeting van het Departement Zorg bedroeg de gemiddelde dagprijs in Vlaanderen vorig jaar 71,6 euro, wat per maand neerkomt op gemiddeld bijna 2.180 euro. Het roept de vraag op of iedereen die stijgende prijzen kan blijven betalen. ‘Voorlopig hebben we nog geen bezettingsprobleem in de woonzorgcentra met hoge dagprijzen’, zegt Van Kerkhove. ‘Maar hoe organiseren we de residentiële woonzorg ook voor de economisch meer kwetsbare zorgvragers?’
De overheid ziet op dat laatste toe door de dagprijzen te controleren. Woonzorgcentra moeten de tarieven die ze hanteren melden aan de Vlaamse overheid - ook wanneer ze prijsverhogingen doorvoeren na renovaties of uitbreidingen. Van Kerkhove zegt dat te snappen, maar vindt het ‘raar dat de gestegen bouwkosten worden doorgeschoven naar de woonzorgcentra en dus ook naar de bewoners’. ‘We zitten op dat punt echt tussen twee vuren.’
Wat hem echt zorgen baart, is dat dit nog maar de discussie is over het in stand houden van de capaciteit van de huidige infrastructuur. ‘Hiermee wordt nog niet gesproken over uitbreiding van de huidige capaciteit. De groep ouderen met complexe noden stijgt, dementie neemt toe... Door de vergrijzingsgolf zullen we de komende jaren dus meer residentiële woonzorg nodig hebben. Want in thuiszorg kan veel, maar niet alles.’
Zelfde probleem voor ziekenhuizen
In de ziekenhuizen speelt zich een variant van dat verhaal af. Nochtans zag het er in 2016, na de zesde staatshervorming, niet slecht uit. Toen nam het financieel veel sterkere Vlaanderen de financiering van de bakstenen volledig over van de met schulden beladen federale regering.
Sindsdien vloeien vanuit het VIPA twee geldstromen naar de zorgwereld: het ‘instandhoudingsforfait’ om gebouwen te onderhouden en het ‘strategisch forfait’ om nieuwe te bouwen. In 2016 ging het om 502 miljoen euro voor de Vlaamse ziekenhuizen. Sindsdien is dat bedrag gedaald, leren data van Zorgnet-Icuro. Dit jaar blijft er zelfs minder dan de helft over (231 miljoen euro).
Nochtans was het de bedoeling dat de geldstroom hoog genoeg zou liggen om elk ziekenhuis iedere 40 jaar te kunnen herbouwen. In de praktijk financiert een ziekenhuis in die 40 jaar meer dan een derde van het budget dat in theorie subsidieerbaar is.
Wat dat concreet betekent, is te zien in het AZ Turnhout, een ziekenhuis dat in 2009 ontstond door de fusie van twee campussen in de stad, Sint-Elisabeth en Sint-Jozef. Op de eerste site dateert het gebouw van 1958, op de tweede van 1981. Meteen na de fusie, anderhalf decennium geleden, werden plannen opgestart voor een nieuwbouw, legt gedelegeerd bestuurder Jo Leysen uit. Het is een werk van lange adem: de eerste stap was een zorgstrategisch plan, waarin staat hoe het ziekenhuis denkt de zorgnoden te beantwoorden. Het was af in 2013, waarna het financieel-technisch plan volgde: in hoeveel bedden vertaalt zich dat? En hoeveel kost dat?
Dat plan was rond in 2016, het jaar van de zesde staatshervorming. ‘De deur van de oude infrastructuurfinanciering ging net voor onze ogen dicht’, zegt Leysen. Daar kwam bij dat Vlaanderen in 2017 opgedeeld werd in 13 regionale ziekenhuisnetwerken - om samenwerking te promoten - waardoor een nieuw zorgstrategisch plan zich opdrong, deze keer voor de hele Kempen. In die regio is het de bedoeling om van vijf sites naar drie te gaan: in Herentals, Geel en Turnhout. ‘Ons nieuw financieel-technisch plan is door de overheid goedgekeurd in 2023’, zegt Leysen.
Hogere bijdrage artsen
De gedelegeerd bestuurder kan daardoor twee plannen naast elkaar leggen: een uit 2013 en een uit 2023. ‘Destijds spraken we over een werf van rond 350 miljoen euro. Vandaag gaat het in de richting van 550 miljoen euro.’
Dat komt niet alleen door de gestegen bouwkosten, nieuwe zorgstrategische plannen voor de bredere regio en de hogere rente, maar ook door de overheidsregulering. ‘Wij stonden in 2017 klaar om te bouwen. Maar alleen al door de regels rond toegankelijkheid hebben we voor hetzelfde ziekenhuis vandaag 25 procent meer oppervlakte nodig dan toen.’
De lijst is langer dan dat: sinds 2017 gelden strengere regels rond bodemonderzoek. Sinds 2021 zijn er hogere vereisten voor geluidsoverlast en lichtinval, isolatie, warmtebeperking en ventilatie. Vanaf volgend jaar zijn strengere eisen voor de ziekenhuisapotheken van kracht.
Een tweede probleem: tot tien jaar geleden waarborgde de Vlaamse regering het geld. De Europese Unie verplichtte haar die uitgave in de begroting op te nemen, wat het tekort deed aanzwellen. De regering schakelde daarom - net zoals bij de rusthuizen - over op een ander systeem. ‘Nu krijgen we pas een eerste uitbetaling zodra we onze intrek nemen in het nieuwe ziekenhuis’, zegt Leysen. ‘Ondertussen zullen we wel al architecten en aannemers moeten betalen. We spreken over een prefinanciering die rond de 500 miljoen euro zal liggen. Dat zijn grote bedragen voor ons.’
Dan komt het derde punt: ‘Ondertussen werken we qua overheidssubsidie nog altijd met euro’s uit 2017. Zo bestaan er al jaren bouwplafonds voor wat de overheid bijdraagt aan infrastructuurwerken. En dat plafond stijgt niet mee met de prijsverhogingen in de bouwsector. Eerst werden de budgetten bevroren, daarna klommen ze aan het tragere ritme van de gezondheidsindex.
Ook dat heeft tot een spreidstand geleid. ‘De bouwkosten van een operatiezaal of een afdeling voor intensieve zorg zijn vandaag dubbel zo hoog als wat de overheidsfinanciering biedt’, zegt Leysen. Het sijpelt door in de totale factuur: ‘Vroeger moesten we bij een nieuwbouw 10 procent bijleggen vanuit de middelen van het ziekenhuis. Nu is dat aan het evolueren tot een derde.’
De facto gaat het dan makkelijk over 160 miljoen euro. Waar haalt het ziekenhuis dat geld? ‘Eens het dossier start, zal aan de artsen - die een deel van hun honorarium doorstorten - een hogere bijdrage worden gevraagd. Ook het ziekenhuis zelf zal in zijn werking middelen moeten vrijmaken. Die oefening kan echter pas starten zodra we de precieze kostprijs hebben, maar de aanbesteding moet nog starten.’
De eerste uitbetaling van de regering komt pas zodra we onze intrek nemen in het nieuwe ziekenhuis. Ondertussen moeten we wel al architecten en aannemers betalen. Dat is een bedrag van zo'n 500 miljoen euro - Jo Leysen, Gedelegeerd Bestuurder AZ Turnhout
Wie wel?
Wat opvalt bij deze moeizame operatie, is dat het AZ Turnhout een van de financieel stevigste ziekenhuizen van Vlaanderen is. Het heeft een uitzonderlijk hoog eigen vermogen van 125 miljoen euro op een balanstotaal van 279 miljoen. Het haalde de voorbije tien jaar gemiddeld een winstmarge van 1,7 procent, leert datawerk van De Tijd, een derde hoger dan het Vlaamse gemiddelde.
Leysen zegt bovendien qua betaalbaarheid en organisatie van de zorg een heldere visie te hebben op de noden van de regio Kempen. ‘We gaan van vijf ziekenhuizen naar drie. Alle artsen in ons ziekenhuis zijn geconventioneerd en hebben geen tweede praktijk buitenshuis. Als het hier in Turnhout niet lukt, waar dan wel? Dan betekent het dat we in Vlaanderen geen ziekenhuizen meer bouwen.’
1,7 procent - winstmarge
Het AZ Turnhout had de voorbije tien jaar een gemiddelde winstmarge van 1,7 procent. Het heeft zo een van de stevigste financiën van alle ziekenhuizen, wat de moeizame bouw des te opvallender maakt.
Veel ziekenhuizen aarzelen om te investeren. In 2014 had de infrastructuur van de Vlaamse algemene ziekenhuizen nog 53 procent van zijn aanvankelijke waarde. Dat was in 2024 gedaald naar 47 procent, wat betekent dat de voorbije tien jaar de nieuwe investeringen het ritme van de slijtage niet konden compenseren.
Wat is er nodig om dat te veranderen? Zowel Leysen, Van Kerkhove als Cloet pleit ervoor om het gat aan twee kanten dicht te rijden: de strenge bouwnormen herbekijken om de factuur te verlichten en de infrastructuursteun minstens weer laten meegroeien met de inflatie van de bouwkosten.
‘Er zijn uiteraard normen nodig voor de toegankelijkheid van rolstoelgebruikers, maar ze zijn erg ruim en ze zijn van toepassing op álle kamers. Is dat echt nodig?’, zegt Leysen. ‘Wat regelluwte zou niet slecht zijn’, voegt Van Kerkhove toe. ‘Samen met financiering die de bouwbudgetten volgt, zouden we kunnen bereiken wat we nodig hebben: een realistisch investeringsbeleid’, concludeert Cloet.
Minister Gennez: ‘We plannen een vereenvoudiging van de regels’
‘Wie vandaag werkt met middelen uit het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) moet aan heel wat bouwregels voldoen. Dat maakt het voor veel organisaties soms zwaar’, reageert Vlaams minister van Welzijn, Caroline Gennez (Vooruit).
‘We gaan de VIPA-subsidieregels vereenvoudigen, zowel om het voor organisaties eenvoudiger te maken om een dossier in te dienen als voor de administratie om die dossiers te behandelen. Momenteel onderzoeken we waar we regels soepeler kunnen maken, uiteraard met als doel om gebouwen neer te zetten die kwaliteitsvol en futureproof zijn. Daarnaast investeren we met de Vlaamse regering 80 miljoen extra in ons zorgpatrimonium en onderzoeken hoe we bijkomend privaat kapitaal kunnen aantrekken in een transparant en kwaliteitsvol kader.’